Zin…

Mensen zijn zoekers naar zin. De laatste tijd kom ik vaak artikelen in kranten en tijdschriften tegen die het belang van zingeving onder de aandacht brengen. In mijn werk is het ook een belangrijk begrip, hoewel ik het slechts af en toe gebruik en alleen maar als ik over mijn werk moet praten. Eigenlijk weet ik helemaal niet goed wat ik onder zingeving moet verstaan en vind ik het maar een rommelig begrip.

Want wat is die zin eigenlijk die we dan moeten geven? De ervaring van zin is een uiterst wonderlijke ervaring… Ze is eerder iets dat je overkomt dan dat je het teweeg brengt, alsof het iets is dat je kunt doen. Soms wordt het voorbeeld gebruikt dat je in de natuur – bij een wandeling over de strand bij een mooie zonsondergang – zo’n ervaring opdoet. Maar het kan ook zijn dat je daar over een strand loopt en je verveelt of bezet door zorgen geen oog hebt voor de omgeving. Zo’n wandeling is geen enkele garantie voor een zinvolle ervaring…

De ervaring van zin is subtiel en laat zich niet maken. Ze licht op in onze ervaring in omstandigheden en situaties die ons op de grenzen van het alledaagse brengen. Of soms ook gewoon midden in het alledaagse… Wanneer wij in een bepaalde stemming of ontvankelijkheid verkeren. In een zekere ontspannen openheid in de wereld staan en het geduld hebben… Kunnen wachten, kunnen vermoeden, maar tegelijk niet weten… Ons hoofd en ons hart niet bezet zijn, maar in zekere zin leeg zijn, stil… Dan, in die leegte kan zich die oplichtende zin nestelen… een onuitsprekelijk besef dat je bestaat, een met en temidden van het wonderbaarlijke leven…

Gepubliceerd in Stilte | Laat een reactie achter

Luister maar…

De wereld is voortdurend met ons in gesprek. Onze medemensen, onze omgeving, de zaken en situaties die we daarin tegenkomen…. voortdurend hebben we ontmoetingen en wordt er een appel op ons gedaan. Het zoeken naar een verhouding tot al die zaken neemt ons aandacht in beslag. Telkens weer wordt een antwoord van ons verlangt: een spreken, of inspanning tot luisteren (wat op een bepaalde manier ook een vorm van antwoorden is), een daad stellen… en zo voort.

Waar bevindt hierin de geestelijke oefening zich? De Wijze zou zeggen in alles. In elke ontmoeting, in elke verhouding die we aangaan verschijnt het leven. Maar in de alledaagsheid zijn we vaak zo opgenomen door de zaken zelf dat we als het ware dromen… In dat onafgebroken gesprek richten we ons op de de inhoud ervan en het zo goed te mogelijk voeren ervan… dat we het leven zelf een beetje vergeten.

Het leven zelf… een wonderlijk en omvattend gebeuren dat zich niet laat vangen in een bepaald spreken. Daarin wordt het uitgedrukt, maar dat is het niet. Wij zijn uitdrukkingen van leven, geven vorm aan leven, vitaal en creatief, maar leven zelf, de bron van waaruit dit als stroomt… is stil… Gaat vooraf aan taal – dus geen woord kan het vangen -, gaat vooraf begrippen – dus geen filosofie kan het beschrijven -, gaat vooraf aan ons – dus wij komen er uit voort… Terugkeren naar het leven, is terugkeren naar de stilte die aan alles vooraf gaat.

Waar is die stilte te vinden? Overal.. Luister maar… Onder alle woorden, impulsen, gevoelens, verlangens… Onder alle drukte van de dagelijkse gang… Luister maar… Een stilte die je kunt horen in het geritsel van bladeren, in het ruisen van de wind… In het zachte stromen van je adem… Luister maar…

Gepubliceerd in Stilte | Laat een reactie achter

To see a world in a grain of sand

Verwondering is de basis van een contemplatief leven. Een vermogen om de alledaagse blik te verfrissen. Te beseffen dat het leven waar we deel van uit maken een wonder is. In de alledaagse vanzelfsprekendheden ook telkens weer de openingen vinden om dit gewaar te worden.

Verwondering is geen trucje of vaardigheid. Het is eerder een soort houding of misschien wel een gestemdheid van het gemoed. Het kenmerkt zich door een ontvankelijkheid; een subtiel soort gewaarworden zonder een dwingende karakter. Een kijken zonder het speurende zien waar we doorgaans van bezeten zijn. Of een luisteren zonder het gespitste horen waarmee we de wereld vaak tegemoet gaan.

De Britse dichter William Blake toont wat verwondering kan zijn in een kort en krachtig gedicht:

To see a world in a grain of sand
And heaven in a wild flower,
Hold infinity in the palm of your hand
And eternity in an hour.

Mooi hoe deze woorden ook als iets van die gestemdheid oproepen en zodoende de verwondering kunnen aanwakkeren. Maar in het dagelijks leven is vaak wel zoeken dit vuurtje brandende te houden. In weerwil van het eigen gemoed ruimte te houden ervoor.

Waarin vinden jullie verwondering? Hoe houd je die stemming levend? Hoe cultiveer je een houding van openheid waardoor het alledaagse zich van z’n wonderbaarlijke kant kan tonen?

Gepubliceerd in Uncategorized | Laat een reactie achter

Goede reis!

Mijn omzwervingen met Marcus Aurelius komen langzaam tot stilstand. Zijn strenge en heldere levensfilosofie hebben me veel gebracht, maar ik merk al een tijdje dat ik er niet langer de voeding in vinden kan die ik op dit moment nodig heb. Jullie hebben dit af en toe al kunnen merken; met vlagen kwamen andere scholen en denkers voorbij. Nu voel ik de behoefte om Marcus echt even terzijde te leggen en me aan andere bondgenoten op te trekken. Wie dat zijn weet ik nog niet goed, dat is onderdeel van de zoektocht…

In het afgelopen jaar ben ik me meer en meer bezig gaan houden met het thema van de tragiek of het tragische in het menselijk bestaan. Vormen van onvermijdelijk lijden die mensen moeten ondergaan, waarbij tegelijk een waarde, goed; iets van wezenlijke betekenis in het geding is. In het tragische in ons bestaan toont zich de broosheid van ons leven, van ons geluk en van ons vermogen tot het ervaren van zin. Daar zijn we ons in het alledaagse vaak niet van bewust, toch is het altijd aanwezig. Bijvoorbeeld in het besef dat wij sterfelijke wezens zijn en dat onze tijd van leven onomkeerbaar voortgaat… (iets waar Marcus ons steeds weer aan herinnerde…) Ik denk dat een authentieke contemplatieve levenskunst deze dimensie een plek weet te geven, ja misschien zelf als uitgangspunt neemt…

Van de zomer las ik de autobiografie Born to Run van muzikant Bruce Springsteen. Ik werd er via een artikel op attent gemaakt, een fan van zijn muziek was ik niet. Maar de man die ik door zijn schrijven een beetje leerde kennen, ontroerde me en ik vond ook herkenning in zijn verhaal. Uit het boek komt het beeld naar voren van een gevoelige en bedachtzame jongen/man die zocht naar een bepaalde balans in zijn leven. Op het podium stond hij in zijn kracht en kon hij letterlijk schitteren, maar daarbuiten bleef hij een onrustige zoeker en worstelde hij met de demonen uit zijn jeugd.

Ergens vertelt hij over een terugkerend droom die hij heeft, vooral in perioden waarin hij het geestelijk zwaar heeft en worstelt met een laag gevoel van eigenwaarde. Hij ziet dan een jongere versie van zichzelf aan de rand van een bos staan. Na een aantal momenten verdwijnt die figuur weer in het bos. Hierover schrijft Springsteen:

“We zijn allemaal ereburgers van dat oerbos, en onze lasten en zwakheden blijven altijd bestaan. Ze vormen een onuitwisbaar deel van onszelf, ze zijn onze menselijkheid. Maar wanneer we er licht brengen, wordt de dag van ons en wordt hun macht om onze toekomst te bepalen verminderd. Dit is hoe het werkt. De truc is dat je alleen het bos van onder het bladerdak van de bomen kunt verlichten… van binnenuit. Om het licht daar te brengen, moet je je eerst een weg banen door de bramen-gevulde duisternis. Goede reis.”

Misschien een psychologische wijsheid van alle tijden, maar in al haar eenvoud raakte ze me toch. Bruce herinnerde me weer aan de kwetsbaarheden die we allen met ons meedragen, die ons maken wie we zijn en zelfs sterker nog: ons de mens maken die we zijn…

Gepubliceerd in Uncategorized | Reacties uitgeschakeld voor Goede reis!

De zomer is voorbij…

Lieve vrienden en minnaars van wijsheid,

Hopelijk hebben jullie een fijne en goede zomer gehad. Voor de meesten is de vakantie al weer voorbij en het werk begonnen. Het alledaagse ritme dat even doorbroken was neemt haar vertrouwde beweging waar aan. Dit is ons leven; de vorm waarin we bestaan en waarin we ons op het bestaan oriënteren.

De kunst van het filosofische leven is misschien wel om in die alledaagse gang gevoelig te worden en te blijven voor het wonderbaarlijke van ons bestaan. Om de verwondering als levenshouding levend te houden. Het alledaagse is misschien niet veel anders als het enigszins indommelen terwijl ons leven verglijdt. Daarom is het misschien nodig ergens in ons een verlangen te koesteren. Een verlangen naar dat wonderbaarlijke van ons bestaan dat zich niet laat vangen in woorden of beelden.

Vanavond stuur ik jullie een gedicht toe van de grote Russische dichter Arseni Trakovski (vader van de beroemde regisseur Andrei). Het haalt enerzijds de voorbije zomer nog eens terug, in al haar pracht en schittering. Maar tegelijk laat het voelen hoe zelfs in het grote geluk dat we kunnen ervaren een opening, ja zelfs een tekort, blijft bestaan… Het leven is rijker nog dan die mooie zomer…

De zomer is voorbij,

alsof er helemaal geen was.

in de zon is het nog warm.

Maar dat is niet genoeg.

Alles wat had kunnen zijn,

paste in mijn hand

als een vijfvingerig blad.

Maar dat is niet genoeg.

Het goede noch het kwade

is tevergeefs verloren gegaan.

Alles baadde in een heldere gloed.

Maar dat is niet genoeg.

Het leven nam mij onder zijn vleugels,

behoedde mij, heeft me gered.

Ik heb echt geluk gehad.

Maar dat is niet genoeg.

Er zijn geen bladeren verbrand,

er zijn geen twijgen afgebroken…

De dag is helder als glas.

Maar dat is niet genoeg.

Gepubliceerd in Uncategorized | Reacties uitgeschakeld voor De zomer is voorbij…

Hoe verder je weggaat, hoe minder je weet.

Om de wereld te kennen hoef je de deur niet uit.
Om de loop van de sterren te zien hoef je niet uit je raam te kijken.

Hoe verder je weggaat,
hoe minder je weet.

Vandaar dat de Wijze alles al weet zonder ernaartoe te gaan,
alles begrijpt zonder het te zien,
niets doet en toch alles voor elkaar brengt.

(Vers 47 uit Het boek van de Tao)

Die taoisten blijven altijd een beetje raadselachtig met hun paradoxale woorden. En toch vond ik er iets van herkenning in. Ik moest denken aan die passage van Marcus Aurelius van een tijdje terug. Waarin hij getuigt van dat grote vertrouwen in onze eigen ervaring. Dat alles wat we nodig hebben er in zekere zin al is. De eenvoud van het leven waarbij we kunnen aansluiten.

Ik geloof niet dat ik dit vers van Lao Zi echt begrijp. Ik kan het niet ‘pakken’ en concreet toepassen in mijn dagelijkse praktijk. Het stelt mijn denken een beetje buiten werking als ik deze woorden serieus probeer te nemen. En toch… ik kan er iets van snappen wanneer ik het versta als een verwijzing naar die andere houding die ik ook aan kan nemen in mijn dagelijks leven. Een houding die als het ware tegelijk met mijn doen en laten in mijn leventje op de achtergrond, of misschien beter gezegd, in de ondergrond meeloopt.

Een worteling in het levende bestaan, in het wonder waarbij ik – in de dagelijkse drukte – maar amper bewust stil kan staan. En misschien hoeft dat ook niet; kan dat ook niet echt. En is een soort ‘bewustzijn vanuit mijn ooghoeken’ genoeg. Om in al die drukte steeds weer mijn worteling, mijn basis te (her)vinden. Een stilzwijgende, intieme en innerlijke beweging die ik kan maken. Als een innerlijk afstemmen of scannen. Vaag? Zweverig? Allerminst. Want die worteling is in de eerste plaats een lichamelijke worteling. Een dieper en intiemer vertrouwd raken met het concrete. Dat-wat-hier-gebeurt. Aankomen of arriveren; steeds weer opnieuw.

Of zoals Lao Zi ergens anders zegt: terugkeren is de beweging van Tao.

Gepubliceerd in Taoisme | Reacties uitgeschakeld voor Hoe verder je weggaat, hoe minder je weet.

Bij de filosofie moet je dus steeds terugkomen en uitrusten.

Een contemplatief leven leiden. Een wonderlijk doel waar ik me toe aangetrokken voel. Iets waarvan ik niet goed weet wat het is, en zelfs of het wel mogelijk is.

De Franse classicus en filosoof Pierre Hadot merkt op dat aan de beoefening voor een bepaalde levenskunst een keuze vooraf gaat. Je verdiepen in en stukje bij beetje beoefenen van een stoïcijnse levenskunst gebeurt niet zomaar. Daaraan vooraf gaat de keuze voor die levenskunst. Een levenskeuze noemt hij dat. Die is niet gebaseerd op een stellig weten van de verdiensten van een bepaalde levenskunst-school. Het is eerder een sprong in het onbekende.

Waarom nemen wij zo’n spong? Ik denk omdat we gedreven worden door een verlangen. Dit geldt voor mij althans wanneer ik steeds weer terugkom bij zo’n begrip als contemplatie. Het roept bij mij een verlangen op en herbergt een soort belofte naar een dieper en rijker leven. Dat samenhangt met een andere wijze van in het leven staan. Meer levend, minder verdwaasd, meer ontspannen, minder krampachtig, meer spontaan en in overeenstemming met natuurlijke aard van de dingen… wakker voor het wonder van het bestaan… Deze woorden zoeken… duiden aan… geven richting…

Ergens denk ik dat het verlangen bij mij ontstaat in contrast met het alledaagse leven en mysterieuze kracht die daarvan uit gaat om dat wonder steeds weer te vergeten. Het ‘andere leven’ is immers ook hier-en-nu, niet ergens daar-over-de-regenboog… Toch gaat het zo makkelijk verloren is de dagelijkse gang van mijn menselijk bestaan… Marcus zet deze twee ‘werelden’ en hun onderlinge verhouding in het volgende fragment ook tegen elkaar af:

Als je tegelijkertijd een stiefmoeder en een moeder had, zou je de eerste respecteren, maar je zou toch telkens weer naar je echte moeder teruggaan. Zo zijn nu voor jou het hof en de filosofie. Bij de filosofie moet je dus steeds terugkomen en uitrusten. Door haar vind je het leven aan het hof draaglijk en ben jij daarin voor anderen te verdragen. (Boek 6, fragment 12)

De filosofie als plek om uit te rusten. Om naar terug te keren als naar een moeder. Een sterk beeld vind ik. Dat ook weer iets van die zachtheid, die de Stoa toch ook heeft, laat zien. De beoefening, het steeds weer zoeken, het filosoferen, is de weg. Een weg temidden van het alledaagse (het hof, ons werk, de projecten), om voeling te blijven houden met waar het echt om gaat in het leven, dat niet te vergeten, wat zo makkelijk gaat… En daardoor ook een waarachtig mens te zijn die – mede daardoor – een bijdrage aan die alledaagse wereld kan leveren…

Gepubliceerd in Aurelius | Reacties uitgeschakeld voor Bij de filosofie moet je dus steeds terugkomen en uitrusten.

Waardeer het kleine beetje levenskunst…

Bij filosoferen draait het om oefenen; het ons eigen maken van een levenswijze. Wat een wonderlijk doel eigenlijk. En zeker als we bedenken dat het doel van de Stoa en andere levenskunst-scholen gelegen is in een meer natuurlijke levenswijze. Meer leven in overeenstemming met de natuur; de natuurlijke orde van de dingen.

Hoe kun je het natuurlijke cultiveren? Het lijkt tegenstrijdig, maar dat is natuurlijk schijn. Het soort levenswijze dat de filosoof nastreeft staat in het teken van ruimte maken, van kunnen laten… Niet langer vermeerderen, versterken, bekrachtigen, vernieuwen, van kennis, inzichten, activiteiten of projecten. Maar juist deze oneindige dynamiek van handelen tot stilstand – of beter: tot rust – brengen.


Waardeer het kleine beetje levenskunst dat je hebt geleerd en vind daar rust in. En breng de rest van je leven door als iemand die zich van ganser harte geheel aan de goden heeft toevertrouwd en van niemand meester of slaaf wil zijn.
(Boek 4, fragment 31)

Vanavond lees ik hierin twee bemoedigingen. In de eerste plaats het vertrouwen dat Marcus stelt in datgene wat we reeds geleerd hebben. We weten het eigenlijk al, we hoeven niet verder te zoeken om te weten wat goed is voor ons en wat ons te doen staat. Die levenskunst die we zoeken, is van nature in ons aanwezig. We kunnen rusten in een besef dat we op de goede weg zijn.

In de tweede plaats het vertrouwen in en de overgave aan de orde van de wereld. Marcus spreekt over ‘de goden’ die ik voor het gemak maar even als de dynamische en bezielende krachten in de wereld neem. We zijn daarmee verbonden en kunnen ook daarin iets loslaten; we hoeven de/onze wereld niet te controleren of beheersen. Kunnen ons aan de werkelijkheid overgeven; ook daar in rusten. Zonder dat dit een passief soort zelfverlies betekent. Integendeel… staande midden in het leven kunnen we zo op natuurlijke wijze floreren…

Gepubliceerd in Aurelius, Natuur | Reacties uitgeschakeld voor Waardeer het kleine beetje levenskunst…

Zo werkt de Universele Natuur…

Vanavond zat ik even aan de waterkant te mijmeren, ergens halverwege een avondwandeling. Het water gleed zachtjes onder mij door en ik keek verwonderd naar de steeds wisselende patronen van golfjes op het water. Een moment was het oppervlak kalm en haast een spiegel. Een fuut kwam langs en trok een spoor van wijkende golfjes achter zich aan waardoor het gehele water langzaam in toenemende chaos vergleed. En toen stak er een windje op dat nog fijnere golfjes toevoegde aan de wirwar; dat daardoor de waterspiegel weer tot een groot geheel omtoverde.

Zo werkt de Universele Natuur: wat hier is, verplaatst ze naar daar, ze verandert het, neemt het hier weg en brengt het daar naartoe. Alles is verandering, maar niet zo dat je bang moet zijn voor iets onverwachts. Nee, alles is vertrouwd en wordt gelijk verdeeld. (Boek 8, fragment 6)

Deze woorden spreken voor zich. Wonderlijk hoe wij veel en misschien wel permanent leven in onderscheidingen. In die gebroken spiegel van het water die het bestaan misschien wel is. Waarin we ons krampachtig met de fragmenten bezighouden en het grotere geheel vergeten. Die vertrouwde grond waarin we kunnen rusten. Moeiteloos, gemakkelijk en eenvoudig leven…

Gepubliceerd in Aurelius, Stilte | Reacties uitgeschakeld voor Zo werkt de Universele Natuur…

Maar misschien deed hij niet verkeerd.

Soms kom ik van die eenvoudige en toch raadselachtige zinnen tegen bij Marcus. Een fragment als een sfinx. Zoals deze:

Als hij verkeerd gehandeld heeft, ligt het kwaad bij hem. Maar misschien deed hij niet verkeerd. (Boek 9, Fragment 38)

Ooit was er een voorval, een gebeurtenis, waarna Marcus dit opschreef. We lezen zijn reflectie, maar de aanleiding ontbreekt. Toch kunnen we er iets mee, een soort aanwijzing voor een levensles er in terugvinden.

Ik maak me vaak druk om dingen die anderen doen; fouten die ik bij anderen makkelijk zie. Alsof ik daardoor iets kan veranderen. Dat lukt natuurlijk niet, maar het bezet mijn gemoed wel danig. Hoe hiervan verlost te raken? Marcus zegt hier: zie het in perspectief. Ten eerste gaat het mij in veel gevallen niet aan: het ligt bij de ander. Dus: geef het terug.

Maar dieper nog: is mijn oordeel niet het probleem? De fout die ik zie, is dat wel een fout? Mensen doen wat ze kunnen en soms loopt het mis. Dat hoort bij het bestaan en is dus onontkoombaar. Waarom zo hardnekking vasthouden aan dat het anders had moeten zijn?!

Misschien vind ik het mooiste aan dit fragment nog wel de toon die ik erin meen te horen. Lees hem nog maar eens: het is net of Toon Tellegen het heeft geschreven. Weer die mildheid…

Gepubliceerd in Aurelius | Reacties uitgeschakeld voor Maar misschien deed hij niet verkeerd.