Zachtheid en soepelheid zijn vrienden van het leven.

Het kost me moeite de laatste tijd om stil te kunnen vallen, echt stil staan in mijn eigen leven. De dingen in een ontspannen staat van geest te aanschouwen en vanuit een milde betrokkenheid mijn dingen te doen. Er is te veel gedrevenheid, te veel hardheid in mij. Ik voel het aan mijn gestel en aan mijn gemoed. In de woorden van Laozi vind ik vanavond een toevlucht.

Waarlijk, wat hard en onbuigzaam is leidt ons naar de dood.
Zachtheid en soepelheid zijn vrienden van het leven.

(Boek van Tao en Innerlijke kracht, Vers 76, middelste strofe)

Zachtheid en soepelheid zijn vrienden van het leven. Toen ik die zin een paar keer op me in liet werken, begon het me te dagen. Hoe ik meer of dichter bij datgene kan komen wat ik zoek, is er gelijk aan te worden. Mijn verlangen meer vanuit rust, geworteldheid en leven te leven, is me in mijn houding, m’n opstelling, mijn gedrag af te stemmen daarop. Er gelijk aan te worden en het te belichamen. Zachter worden en soepeler worden, door los te laten en te vertrouwen. In plaats van hard en krampachtig iets te willen controleren. Om na het bezit of het behalen ervan tot het tragische besef te komen dat ik door mijn inspanningen verloren heb waar ik naar verlangde…

Gepubliceerd in Taoisme | Reacties uitgeschakeld voor Zachtheid en soepelheid zijn vrienden van het leven.

Meen niet…

In zijn persoonlijke notities komt Marcus met grote regelmaat op dezelfde thema’s terug: leven in het hier-en-nu, aandacht voor het grote geheel waarin we bestaan, het besef dat ons geluk en onze gemoedsrust in onze eigen hand/mindset schuilt, het besef van de vergankelijkheid van ons bestaan, om maar een paar belangrijke te noemen. En vanmiddag viel mij oog op deze overdenking:

Meen niet, als je zelf ergens grote moeite mee hebt, dat het voor een mens onmogelijk is. Integendeel, als iets voor een mens mogelijk is en bij zijn aard past, moet je denken dat het ook voor jou bereikbaar is. (Boek 6, fragment 19)

Een paar keer las ik hem en vond hem een beetje ongebruikelijk. In welke zin weet ik eigenlijk nog steeds niet. Maar hij trof me door het hoopvolle en opgewekte dat ik er in las. Onze wereld en wijzelf worden bepaald door onze beelden daarover. Die vormen als het ware het ‘frame’ of de horizon van onze werkelijkheid. Die beelden kunnen ons ook beperken, of beter: inperken.

In de dingen die we doen ontmoeten we vaak weerstand en dan is er doorzettingsvermogen nodig om iets te realiseren. Een ambitie of een verlangen kan vertekend worden, ons ontmoedigen, door die weerstand. Dan kan het beeld dat we hebben over onszelf eroderen. Daarmee wordt iets heel wezenlijks aangetast: het vermogen om te veranderen, om iets wat voor ons als wezenlijk voelt (passend bij onze aard) terzijde te schuiven vanuit het idee dat de realiteit ervan geen betrekking heeft op ons. Marcus herinnert ons er aan – in haast moderne coachings-termen – dat we ons niet moeten laten ontmoedigen. Zolang iets feitelijk mogelijk kan zijn (een goed mens zijn, een goede docent zijn, een inspirerend medemens zijn) is dat bereikbaar voor je.

Gepubliceerd in Aurelius | Reacties uitgeschakeld voor Meen niet…

En wanneer je dan iets over de mensheid ten beste geeft…

En wanneer je dan iets over de mensheid ten beste geeft, moet je het aardse gedoe bezien alsof je van ergens in de hoogte naar beneden keek: kudden, legers, akkers, huwelijken, scheidingen, geboorten, sterfgevallen, rumoer in rechtszalen, woestenijen, verscheidenheid van vreemde volken, feesten, rouwmisbaar, markten, heel die bonte mengeling en de kosmos die uit al die tegenstellingen ontstaat. (Boek 7, 48)

Wanneer we iets goeds of moois willen zien in de mens. Wanneer we haar een compliment willen maken. De mensheid, de mens, wijzelf… dan is het volgens Marcus wijs om twee dingen daarin mee te nemen.

In de eerste plaats het grotere plaatje niet uit het oog verliezen. Want wat kunnen we gefocust zijn op eigen kleine leventje… de preoccupaties van onze zorgen en gedachten over ons leventje kunnen soms tot aan de horizon reiken… We horen en zien wel veel over de rest van de wereld, maar vaak in de bubbels van emoties waarmee ze omgeven zijn: heftig of onroerend, mooi of sensationeel. Maar is die werkelijkheid ook echt onderdeel van ons leven? Toch behoort heel die bonte mengeling ons toe. We zijn er mee verbonden, onderdeel van dat geheel.

In de tweede plaats bestaat – en ontstaat zelfs – ons bestaan uit al die tegenstellingen. Hier is de stoïcijn Marcus net een taoïst; licht en donker, vreugde en verdriet, genot en pijn, samen komen ze tot stand in ons bestaan en maken de grond er van uit. Buiten die spanningen is ons leven ondenkbaar. Wellicht van een andere orde. Maar zolang we nog mens zijn, bestaan we uit en in die spanningen.

In een brede verbondenheid in een werkelijkheid van tegenstellingen onze weg vinden… is niet makkelijk, maar wel een mooie levensoriëntatie.

Gepubliceerd in Aurelius | Reacties uitgeschakeld voor En wanneer je dan iets over de mensheid ten beste geeft…

Principes bij de hand…

Leven voor ons als mens is de paradoxale activiteit ons steeds weer te bekwamen in het worden wie we zijn. Leven is eenvoudig zolang je blijft ademhalen. Leven als mens temidden van anderen is duizelingwekkend is haar complexiteit.

Daarom wordt door die klassieke denkers van West en Oost zoveel nadruk gelegd op de eenvoud van de beoefening. Het jezelf steeds weer terughalen bij jezelf. Omdat we in ons grootste talent als mens – kunnen denken en spreken – tevens onze grootste kwaal ervaren. Welk een tweesnijdende zwaard is ons voorstellingsvermogen? Of onze tong die met het onthullen van onszelf is woorden, tevens onszelf weet te verhullen… Want kan alles over onszelf gezegd worden? Kunnen de woorden, de dingen en de fenomenen beschrijven? Of is dat als het schrijven op stromend water?

Daarom houdt de filosoof zichzelf steeds bij de les. Marcus schrijft in Boek 12, fragment 9:

In het toepassen van principes moet je zijn als een bokser, niet als een gladiator. Die kan het zwaard waarvan hij zich bedient immers neerleggen en weer oppakken, maar de ander heeft zijn hand altijd tot zijn beschikking en hoeft er alleen maar een vuist van te maken.

Die principes zijn voor mij vaak voornemens. Bijvoorbeeld: bekijk deze situatie met zachte ogen en beweeg van daaruit, dwz ogen zonder haast, haat of hardheid, maar met mildheid, medeleven en begrip. Eenvoudig en in elke situatie van toepassing. Een lege hand of vuist die mij telkens weer ter beschikking staat…

Gepubliceerd in Aurelius | Reacties uitgeschakeld voor Principes bij de hand…

De stem van het tragische…

Hoewel ik regelmatig veel steun kan ontlenen aan de filosofie van Marcus, zijn er ook momenten waarop ik twijfel aan haar waarde. Er zijn terreinen in het leven waarop ze onbruikbaar is. Of misschien beter gezegd: momenten waarop haar beoefening een probleem wordt.

De afgelopen weken ben ik veel bezig met het thema van de tragiek. In de realisatie en erkenning dat het leven soms een tragische vorm aanneemt, dat er een pijn en een lijden in het leven schuil gaat die niet op te lossen valt, geeft de Stoa een antwoord waarin er ook iets verloren gaat. Een bepaald goed dat in de tragiek geschonden wordt: een waarde die voor ons van belang blijkt – vaak juist doordat we opeens ondervinden dat we lijden aan de schending ervan – kunnen we niet zomaar vervangen door een ander goed. Dit is wel wat de Stoa wel tracht te doen. Op een radicale wijze tracht ze ons immuun te maken voor het tragische. Het middel dat ze daartoe inzet is de herwaardering van het hoogte goed tot een rationeel goed. Zoals hier:

Want wat belet te midden van dit alles het redelijk denken zichzelf te blijven, in alle rust, met een juist oordeel over de omstandigheden en de bereidheid om wat op je weg komt goed te gebruiken?  (Boek 7, fragment 68)

Het is een bruikbare herinnering om staande te blijven, om niet kopje onder te gaan als de werkelijkheid ons in al haar rauwheid overvalt. Maar we zijn tevens wezens die waarden belichamen en bijna fysiek kunnen lijden onder de schendig ervan. De realisatie dat het goede ook breekbaar is, eindeloos kwetsbaar en onze zorg en liefde nodig heeft, is voor mij een ander perspectief. Daaruit komt een andere beweging voort, een zachte erkenning van de pijn van het leven, of soms juist een rauwe kreet om hieraan uitdrukking te geven.