Wees stil…

Een vriend vroeg hem eens: ‘wat is volgens jou de mooiste zin’?

Mijn vader was een tijdje stil en zei toen: ‘Wees stil…’

Hoe elegant en eenvoudig. Hoe subtiel en diepzinnig. Hoe moeilijk.

Want hoe simpel de oproep ook is, de les die erin schuilt is een lastige. Stil te zijn in de drukte van alledag. Stilte te vinden in de veelheid van gedachten en impulsen die dagelijks in ons te opkomen.

Voor mij schuilt de moeilijkheid van deze les vooral in de leegte die ervaar wanneer ik de stilte zoek. Het matigen van de impulsen, het loslaten van gedachten, het laten gaan van neigingen… ze onthullen een ander soort onrust. De onrust die mij permanent aanzet tot actie, tot woorden, tot gedachten. De onrust ‘iets’ te zijn, grip te krijgen op mijzelf en de wereld, ertoe te doen en van betekenis te zijn.

Wanneer ik stil zit op mijn kussen ervaar ik het groeien van die diepe ontspanning die komt wanneer juist al die innerlijke impulsen losgelaten worden. Maar rondom het zitten, doemt ook de leegte op. Als ik afstand van mezelf genomen heb, mijn innerlijk hollen tot een kalmer wandelen is vertraagt, voel ik me gedesoriënteerd. Als een stuurloos bootje dobber ik op een zee van leegte… wat nu?

 

Begint hier de woestijn waarover de christelijke wijzen spreken? Is dit de poort van transformatie? En als dat zo is, wat houdt me dan op de been? Dat zijn belangrijke vragen voor mij. Want ik ervaar de vitaliteit van het moment van stilte… Als een scharnier tussen twee wijzen van bestaan. Maar door mijn onbekendheid of misschien wel gebrek aan vertrouwen kantel ik weer terug. Val ik weer ten prooi aan al wat mij bezet en mij er uiteindelijk van weerhoudt vrij en ontspannen in het leven te staan.

Het leren kennen van de stilte is haar beoefenen, daar wees mijn vader mij op. Ik ga er mee door… in stilte. Hoewel… ik laat jullie af en toe iets van mijn voortgang weten. En laat me ook door woorden inspireren, bijvoorbeeld deze van de Gele Keizer.

‘Alle mensen benutten het maar niemand kent de naam ervan,
alle mensen gebruiken het maar niemand ziet de vorm ervan.
‘Het Ene’ is de benaming ervan,
het lege is de woning ervan,
het niet-ingrijpen is het wezen ervan,
eendracht is het nut ervan.’

‘Daarom is het alleen de Heilige die
naar het vormloze kan kijken,
die naar het geluidloze kan luisteren,
die weet hoe de leegte tastbaar wordt,
waarna hij wordt als de leegte.’

 

Dit artikel is geplaatst in Niet-handelen, Stilte. Bookmark hier de permalink.

Op dit artikel kan niet (meer) gereageerd worden.