Verwondering treft het hart zonder het te kwetsen…

Vandaag las ik een paar bladzijden uit Inleiding tot de Verwondering van Cornelis Verhoeven en de volgende zinnen raakten me.

De verwondering is alleen een gevaar inzoverre de perspectieven die zij biedt, op een chaotische wijze worden geboden. Zij is dus maar een gevaar voor degene die ernaar streeft deze chaos te ordenen, niet voor hem die daarbij kan of wil leven of die deze ordening uit handen geeft. (Verhoeven 1967/1999 p.32)

Iets eerder heeft Verhoeven al opgemerkt dat de verwondering iets openbreekt in ons. Ze stelt ons in verbinding met de wereld, en levert ons zelfs uit aan de dingen. Juist daarin, in het overgeleverd zijn aan de dingen, verschijnt voor ons de betekenis van de dingen. Een verfrissende gedachte. Een die breekt met het idee dat wij de zingevers van onze wereld zijn. Alsof wij de dingen door onze wil, wens, voor- en afkeuren, taal en tekens van een betekenis voorzien. Nee, het is juist andersom!

Maar dat betekent dus ook dat het betekenisvolle telkens weer een inbreuk vormt op onszelf. Ze is levend en chaotisch, onbeheersbaar, onvoorspelbaar en uiteindelijk onvoorstelbaar. Daarom vormt ze een gevaar. Voor onze vertrouwde en gekoesterde ideeën, onze overtuigingen die ons orde en veiligheid schenken. Maar wel tegen een prijs. In de ordening schuit ook de afsluiting. In de veiligheid snijden we ons af van het leven.

Verwondering vraagt moed. De moed om jezelf en wat je koestert op het spel durven zetten. Met de nieuwe perspectieven die zich – ook in dit nieuwe jaar weer – op chaotische wijze aandienen, durven leven. De spanning en het avontuur aangaan. Je laten raken zonder je te laten kwetsen…

Dit artikel is geplaatst in Uncategorized. Bookmark hier de permalink.

Op dit artikel kan niet (meer) gereageerd worden.