Bij de filosofie moet je dus steeds terugkomen en uitrusten.

Een contemplatief leven leiden. Een wonderlijk doel waar ik me toe aangetrokken voel. Iets waarvan ik niet goed weet wat het is, en zelfs of het wel mogelijk is.

De Franse classicus en filosoof Pierre Hadot merkt op dat aan de beoefening voor een bepaalde levenskunst een keuze vooraf gaat. Je verdiepen in en stukje bij beetje beoefenen van een stoïcijnse levenskunst gebeurt niet zomaar. Daaraan vooraf gaat de keuze voor die levenskunst. Een levenskeuze noemt hij dat. Die is niet gebaseerd op een stellig weten van de verdiensten van een bepaalde levenskunst-school. Het is eerder een sprong in het onbekende.

Waarom nemen wij zo’n spong? Ik denk omdat we gedreven worden door een verlangen. Dit geldt voor mij althans wanneer ik steeds weer terugkom bij zo’n begrip als contemplatie. Het roept bij mij een verlangen op en herbergt een soort belofte naar een dieper en rijker leven. Dat samenhangt met een andere wijze van in het leven staan. Meer levend, minder verdwaasd, meer ontspannen, minder krampachtig, meer spontaan en in overeenstemming met natuurlijke aard van de dingen… wakker voor het wonder van het bestaan… Deze woorden zoeken… duiden aan… geven richting…

Ergens denk ik dat het verlangen bij mij ontstaat in contrast met het alledaagse leven en mysterieuze kracht die daarvan uit gaat om dat wonder steeds weer te vergeten. Het ‘andere leven’ is immers ook hier-en-nu, niet ergens daar-over-de-regenboog… Toch gaat het zo makkelijk verloren is de dagelijkse gang van mijn menselijk bestaan… Marcus zet deze twee ‘werelden’ en hun onderlinge verhouding in het volgende fragment ook tegen elkaar af:

Als je tegelijkertijd een stiefmoeder en een moeder had, zou je de eerste respecteren, maar je zou toch telkens weer naar je echte moeder teruggaan. Zo zijn nu voor jou het hof en de filosofie. Bij de filosofie moet je dus steeds terugkomen en uitrusten. Door haar vind je het leven aan het hof draaglijk en ben jij daarin voor anderen te verdragen. (Boek 6, fragment 12)

De filosofie als plek om uit te rusten. Om naar terug te keren als naar een moeder. Een sterk beeld vind ik. Dat ook weer iets van die zachtheid, die de Stoa toch ook heeft, laat zien. De beoefening, het steeds weer zoeken, het filosoferen, is de weg. Een weg temidden van het alledaagse (het hof, ons werk, de projecten), om voeling te blijven houden met waar het echt om gaat in het leven, dat niet te vergeten, wat zo makkelijk gaat… En daardoor ook een waarachtig mens te zijn die – mede daardoor – een bijdrage aan die alledaagse wereld kan leveren…

Dit artikel is geplaatst in Aurelius. Bookmark hier de permalink.

Op dit artikel kan niet (meer) gereageerd worden.