De stem van het tragische…

Hoewel ik regelmatig veel steun kan ontlenen aan de filosofie van Marcus, zijn er ook momenten waarop ik twijfel aan haar waarde. Er zijn terreinen in het leven waarop ze onbruikbaar is. Of misschien beter gezegd: momenten waarop haar beoefening een probleem wordt.

De afgelopen weken ben ik veel bezig met het thema van de tragiek. In de realisatie en erkenning dat het leven soms een tragische vorm aanneemt, dat er een pijn en een lijden in het leven schuil gaat die niet op te lossen valt, geeft de Stoa een antwoord waarin er ook iets verloren gaat. Een bepaald goed dat in de tragiek geschonden wordt: een waarde die voor ons van belang blijkt – vaak juist doordat we opeens ondervinden dat we lijden aan de schending ervan – kunnen we niet zomaar vervangen door een ander goed. Dit is wel wat de Stoa wel tracht te doen. Op een radicale wijze tracht ze ons immuun te maken voor het tragische. Het middel dat ze daartoe inzet is de herwaardering van het hoogte goed tot een rationeel goed. Zoals hier:

Want wat belet te midden van dit alles het redelijk denken zichzelf te blijven, in alle rust, met een juist oordeel over de omstandigheden en de bereidheid om wat op je weg komt goed te gebruiken?  (Boek 7, fragment 68)

Het is een bruikbare herinnering om staande te blijven, om niet kopje onder te gaan als de werkelijkheid ons in al haar rauwheid overvalt. Maar we zijn tevens wezens die waarden belichamen en bijna fysiek kunnen lijden onder de schendig ervan. De realisatie dat het goede ook breekbaar is, eindeloos kwetsbaar en onze zorg en liefde nodig heeft, is voor mij een ander perspectief. Daaruit komt een andere beweging voort, een zachte erkenning van de pijn van het leven, of soms juist een rauwe kreet om hieraan uitdrukking te geven.