Doe je er iets mee, dan verniel je het…

Het volgen van de natuur dat binnen de Stoa centraal staat, komt ook in andere levenskunsten voor. Leren leven naar een andere maat, met een andere gerichtheid; ze is in alle richtingen te vinden. Misschien omdat de noodzaak van de levenskunst altijd ontspringt in contrast of tegenstelling met de dominante levenscultuur in een samenleving.

Want elke vorm van ‘cultivering’ (vanuit welke hooggestemde idealen of nobele doelen dan ook) draagt het risico van ‘vervreemding’ of misvorming in zich. De enige ‘oplossing’ is dan een terugkeer of toewending naar iets anders; de natuur, de aarde, de Kosmos…

De wending naar de natuur en hoe dit te leven is misschien wel het meest krachtig en tegelijk subtiel onderzocht door de taoïstische levenskunstenaars. Zij constateren dat het volgen van de natuur alleen mogelijk is in een paradoxaal ‘laten’; in een niet-doen. Over deze mysterieuze ‘activiteit’ schrijft/dicht Lao Zi in vers 64 het volgende:

Doe je er iets mee, dan verniel je het.
Hou je eraan vast, dan verlies je het.
Daarom doet de Wijze niet, en zo vernielt hij niets; hij houdt nergens aan vast, en zo verliest hij niets.
Het richtsnoer in de aanpak van alle zaken is: wees net zo voorzichtig aan het einde als aan het begin; dan kan er niets verkeerd gaan.

Het meegaan met de dingen, het volgen van de natuur, is een wonderlijke oproep. De woorden van Lao Zi zijn niet concreet op te volgen, maar onthullen wel een subtiele dynamiek die herkent en vooral beoefend kan worden in kleine gebaren en onze omgang met de wereld. Een tastend pad, voorbij onze automatismen; levend en in verbinding met het levende…

Dit artikel is geplaatst in Taoisme. Bookmark hier de permalink.

Op dit artikel kan niet (meer) gereageerd worden.