Veracht de dood niet…

De moeilijkste en steeds weer terugkerende overdenking bij Marcus is die over de dood. In haast elk van zijn boeken keert als een refrein in de fragmenten het thema dood terug. Zoals hier:

Veracht de dood niet, maar aanvaard hem zonder morren als een van de dingen die de natuur wil.
(Boek 9, fragment 3)

Steeds weer probeert hij een verhouding tot de dood te vinden. Deels is deze nadruk biografisch te verklaren; Marcus schreef het grootste deel van de notities aan het einde van zijn leven. Maar deze finaliteit is natuurlijk ook het vertrekpunt van de filosofie. De fundamentele ongrijpbaarheid van leven en dood, de verbijstering die opkomt bij het besef van onze eigen sterfelijkheid, het onzinnige besef dat een geliefde er niet langer meer zal zijn…. dat is een van de vertrekpunten waaruit wij filosoferen. Omdat niet alleen onbegrijpelijk is, maar tevens onontkoombaar…

Met lege hand staan… dat is mijn gevoel en houding bij dit besef. En ergens een peilloos gevoel van onmacht omdat elk handelen, elk onderhandelen, onmogelijk is. Aanvaarding is de enige weg… maar hoe die te vinden? Marcus helpt me een beetje: het is de natuur… in het fragment vergelijkt hij de dood met groeien, bloeien, kinderen verwekken… en plaatst hem daardoor in een andere orde. De dood krijg zo een beetje een grond, nog steeds onbegrijpelijk, pijnlijk en verbijsterend, maar misschien toch iets meer verwant met mij en de orde van het bestaan…

Dit artikel is geplaatst in Aurelius. Bookmark hier de permalink.

Op dit artikel kan niet (meer) gereageerd worden.