Hoe duidelijk staat het je voor ogen…

Het spel wordt al gespeeld… Ik sprak van het weekend met een vriend en we hadden het over de patronen waarin we steeds weer verstrikt raken: nare reacties op anderen die we lief hebben, dingen die we anders zouden willen doen. Maar hoezeer we het ons ook voornemen, wanneer we in die situatie zijn, is het er al uitgeflapt, hebben we al weer gedaan wat we ons voornamen niet meer te zullen doen. Zo gaan die dingen en ze getuigen van de gang van het leven; zo doen we dat. Ondanks onszelf.

Wanneer we er over na denken, denken we snel vanuit idealen: hoe we iets beter, mooier, anders zouden moeten én kunnen doen. Makkelijk toch? Ja, vanuit het denken misschien. Vanuit de afstand van dat moment, als we uit de situatie zijn. Maar het leven is steeds ín een situatie; in een spel dat al gaande is, dat al gespeeld wordt. En wij spelen daarin mee, in onze rol, met onze eigen achtergrond en bagage die daarin mee-resoneert. Die er voor zorgt dat we handelen zoals we doen.

Hoe duidelijk staat het je voor ogen dat er geen positie in het leven zo geschikt is om de filosofie te beoefenen als nu net die waarin jij je op het ogenblik bevindt. (Boek 11, fragment 7)

Dit schrijft die wijze Marcus. De positie van waaruit te leven, te bewegen, onszelf te zijn, is niet die van een ideaal. Niet die van een streven of een verlangen, maar die van de realiteit, van een plek midden in het leven dat gaande is. Vanuit die beweging, die steeds weer vanuit dit moment vertrekt, van daaruit wil ik leven. Iets minder hoogdravend dan een ideaal misschien, maar nuchterheid en met beide benen op de grond heeft ook z’n charmes…

Dit artikel is geplaatst in Aurelius. Bookmark hier de permalink.

Op dit artikel kan niet (meer) gereageerd worden.